|
Onze school heeft al een tijd lang ervaring met debattraining en debatwedstrijden. Deze worden dan georganiseerd door de vakgroep Nederlands. Toen het door omstandigheden in het schooljaar 2006/2007 niet van de grond dreigde te komen, was het aanbod om als een soort pilot te dienen in het plan van United Netherlands voor ons een uitkomst. De leerlingen die mee hadden willen doen aan de debatwedstrijd van de vakgroep Nederlands konden toch terecht.
De opzet was wel wat anders: bij de sectie Nederlands bestond de gerichte training uit een aantal sessies na school, nu bestond de training uit drie volle dagen en de trainingen gebeurden dus voornamelijk tijdens schooltijd. Dit bleek voor een aantal leerlingen een reden om af te haken, omdat ze vonden dat ze de lessen niet konden missen. We hebben overigens om dit probleem zo klein mogelijk te laten zijn voor steeds andere dagen in de week gekozen, zodat niet steeds dezelfde lessen uitvallen.
De leerlingen kregen per mail het nodige materiaal opgestuurd ter voorbereiding en het is mijn indruk dat dit behoorlijk serieus is doorgewerkt. Dat de training voornamelijk in het Engels gebeurde, werd in eerste instantie door de meeste leerlingen als een nadeel ervaren, maar ze raakten hier spoedig aan gewend. De betogen die gehouden moesten worden, zijn zeer kort en erg gestructureerd, en daardoor stellen ze geen al te hoge eisen aan het vermogen om in een andere taal te improviseren.
Door de sfeer die groeide, waren fouten niet van belang en gaf het succes de meeste leerlingen vleugels. Het leek wel of het praten in een andere taal eerder een hulp was: als je een andere taal moet spreken, ben je al een beetje toneel aan het spelen en kun je gemakkelijker een rol aannemen en je gedragen volgens de eisen van die rol.
Gaandeweg ontstond ook het idee hoe de vergaderregels werken en waarom ze zo werken. Dit was voor bijna alle leerlingen een eye opener. Tijdens de Griekenlandreis onmiddellijk na de UNL-training, heeft een leerling mij de hele avond vol vuur het hoe en het waarom van de vergaderprocedures uitgelegd.
De beide trainers deden hun werk uitstekend. Door in pak en das te verschijnen namen ze afstand, maar door hun relatief jonge leeftijd waren ze voor de leerlingen toch weer dichtbij. Hun positieve en enthousiaste houding zette de juiste toon. En daardoor werden de leerlingen uitgenodigd om over hun eigen grenzen heen te stappen. Ik kende enkele leerlingen als behoorlijk verlegen. Zij zagen deze verlegenheid als een probleem en wilden hier wat aan doen. Door de open sfeer kon deze verlegenheid ter sprake komen zonder die te problematiseren. En juist daardoor is er voor deze leerlingen tijdens deze dagen heel veel gebeurd.
De conferentiedag zelf, een zaterdag, had haast het karakter van een feestdag. Enkele ouders hebben de leerlingen vanuit Asten naar Nijmegen gebracht. Het was een prachtige dag, haast te mooi om binnen te blijven. Maar het feit dat ze op het universiteitsterrein waren en in collegezalen hun wedstrijd aan het spelen waren, maakte dat ze haast hun wensen voor de toekomst aan het realiseren waren.
Kortom, onze leerlingen waren zeer enthousiast en doen het volgens jaar zeker weer mee en naar alle waarschijnlijkheid met een groter aantal, want ze willen om te beginnen zelf de werving op school gaan regelen.
Hans Kiens,
docent Varendonck College, Asten
|